Explosieveilige armaturen
Explosieveilige armaturen zijn speciaal ontworpen verlichtingstoestellen voor omgevingen waar explosieve gassen, dampen of stof aanwezig kunnen zijn. Deze armaturen voorkomen dat vonken of hitte van de lamp een explosie veroorzaken, waardoor ze essentieel zijn in industriële sectoren zoals de chemische industrie, olie- en gasinstallaties, mijnbouw en farmaceutische productie.
Er zijn verschillende types explosieveilige verlichting, zoals LED-armaturen en noodverlichting, elk gecertificeerd volgens strenge internationale normen zoals o.a. ATEX. Het juiste armatuur kiezen hangt af van de omgeving, het type explosiegevaar en de vereiste lichtsterkte. Door het gebruik van deze armaturen wordt niet alleen de veiligheid van werknemers verhoogd, maar wordt ook de continuïteit van industriële processen gewaarborgd.
Wat is een explosie?
Een explosie is een (zeer)snelle verbranding van een brandstof. Voor een explosie zijn alle 5 de zijden van de brandvijfhoek benodigd.
Wat is er nodig voor een explosie?
- Zuurstof
- Brandstof
- Mengverhouding (tussen zuurstof en brandstof)
- Ontstekingsenergie/ontbrandingstemperatuur
- Katalysator, is een stof die de brand kan versnellen of vertragen
Wat is de ATEX norm?
Het begrip ATEX heeft betrekking op alle situaties waar kans bestaat op gas- en stofontploffingsgevaar. De afkorting ATEX is afkomstig van de Franse woorden ATmosphère EXplosible. Een explosiegevaarlijke omgeving. Bedrijven die werken in explosiegevaarlijke omgevingen moeten maatregelen nemen om hun werknemers op een veilige manier te kunnen laten werken. Hiervoor zijn twee ATEX normen opgesteld.
Atex richtlijnen
Deze normen beschrijven onder andere de veiligheidseisen waar werkgevers of eigenaren van ATEX-installaties aan moeten voldoen. Hierbij kan je denken aan het indelen van ATEX zones, een overzicht maken van de aanwezige explosieve stoffen, opleiden en certificeren van personeel en natuurlijk op de juiste manier aanleggen, inspecteren en onderhouden van hun installaties. Dit wordt omschreven in ATEX richtlijn 153 (1999/92/EG en voorheen ATEX 137).
In de tweede ATEX richtlijn, ATEX richtlijn 114 (2014/34/EU en voorheen ATEX 95) staat aan welke normen apparatuur moet voldoen die gebruikt worden in explosiegevaarlijke omgevingen. Producten die voldoen aan de eisen van de ATEX 114 richtlijn zijn te herkennen aan het CE logo in combinatie met het bovenstaande logo.
Explosiegevaarlijke gebieden moeten duidelijk gemarkeerd worden met een waarschuwingsdriehoek met de letters EX.
Markeringen
Explosieveilige producten zijn ingedeeld in verschillende veiligheidsklassen. Zo wordt er eerst een splitsing gemaakt tussen ondergronds en bovengronds gebruik. Dit wordt aangegeven met een Romeinse I (ondergronds) of II (bovengronds).
Vervolgens wordt aangegeven voor welke verschillende brandstoffen het armatuur geschikt is gassen, dampen en nevels enerzijds en stof anderzijds.
Gassen, dampen en nevels zijn ingedeeld in 3 verschillende zones. Zone 0 / zone 1 / zone 2. Vaste stoffen worden ook in 3 verschillende zones. Zone 20 / zone 21 / zone 22 waarbij de eerstgenoemde zone de hoogste veiligheidsklasse is.
Indeling van explosieveilige apparatuur conform de ATEX richtlijnen
| Productclassificatie | Brandbaar medium | Kans op een explosiegevaarlijke atmosfeer en de duur daarvan | Classificatie van gevaarlijke gebieden | Materieel groep | Materieel categorie | Product beschermingsniveau (EPL) |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Gassen, dampen, nevels | Voortdurend, frequent of gedurende langere periode | >1000 uur per jaar, >10% bedrijfsuur | Zone 0 | II | 1G | Ga |
| Gassen, dampen, nevels | Aanzienlijk bij normaal gebruik 10 tot 1000 uur per jaar | 0,1% tot 10% bedrijfsuur | Zone 1 | II | 1G, 2G | Ga, Gb |
| Gassen, dampen, nevels | Gering en alleen voor korte tijd <10 uur per jaar | <0,1% bedrijfsuur | Zone 2 | II | 1G, 2G, 3G | Ga, Gb, Gc |
| Stof | Voortdurend, frequent of gedurende langere perioden | >1000 uur per jaar, >10% bedrijfsuur | Zone 20 | II | 1D | Da |
| Stof | Aanzienlijk bij normaal gebruik 10 tot 1000 uur per jaar | 0,1% tot 10% bedrijfsuur | Zone 21 | II | 1D, 2D | Da, Db |
| Stof | Gering en alleen voor korte tijd <10 uur per jaar | <0,1% bedrijfsuur | Zone 22 | II | 1D, 2D, 3D | Da, Db |
Na de letters Ex volgt er een lettercombinatie waarmee de wijze van bescherming aangeduid wordt.
| Code | Beschermingswijze | Geschikt voor zone |
|---|---|---|
| Ex d | Drukvast | 1, 2 |
| Ex e | Verhoogde veiligheid | 1, 2 |
| Ex ia Ex ib Ex ic Ex iaD Ex ibD Ex icD |
Intrinsiek veilig | 0, 1, 2 1, 2 2 20, 21, 22 21, 22 22 |
| Ex ma Ex mb Ex mc Ex MaD Ex MbD Ex mcD |
Ingegoten | 0, 1, 2 1, 2 2 20, 21, 22 21, 22 22 |
| Ex p | Overdruk | 1, 2 21, 22 |
| Ex q | Zandvulling | 1, 2 |
| Ex o | Olievulling | 1, 2 |
| Ex nA | Niet vonkend | 2 |
| Ex ta Ex tb Ex tc |
Bescherming door behuizing | 20, 21, 22 21, 22 22 |
De gas en stofgroepen worden weergegeven met codes IIA, IIIA, IIB, IIIB of IIC, IIIC
Voor gasgroepen zijn er minimum ontstekingsenergieën bepaald.
Voor stofgroepen worden de categorieën vastgesteld aan de hand van de grote van stofdeeltjes en de geleidbaarheid ervan.
Gasgroepen
IIA: Ontstekingsenergie 200uJ (bijv. butaan, propaan, kerosine)
IIB: Ontstekingsenergie 60uJ (bijv. ethyleen, zwavelwaterstof, ethylether)
IIC: Ontstekingsenergie 20 uJ (bijv. acetyleen, waterstof)
Stofgroepen
IIIA: Vaste stoffen met een deeltjesgrootte > 0,5mm (bijv. graanstof)
IIIB: Niet-geleidende vaste stoffen met een deeltjesgrootte < 0,5mm (bijv. steenkool stof)
IIIC: Geleidende vaste stoffen met een deeltjesgrootte < 0,5 mm (bijv. metaal stof)
Temperatuurklasse
Iedere brandstof-luchtmengsel heeft zijn eigen ontstekingstemperatuur. Deze temperatuur is de minimale temperatuur waarmee het mengsel ontstoken kan worden. De temperatuur die op het armatuur wordt weergegeven moet altijd lager zijn dan de ontstekingstemperatuur van het brandstof-luchtmengsel.
Gasexplosieveilig materiaal is ingedeeld in temperatuurklasse.
- T1 – 450 °C
- T2 – 300 °C
- T3 – 200 °C
- T4 – 135 °C
- T5 – 100 °C
- T6 – 85 °C
Stofexplosieveilig materiaal is niet ingedeeld in temperatuurklassen. Hierbij wordt de maximale oppervlakte temperatuur (verplicht) op het label of de tekstplaat benoemd.
TLight assortiment
Binnen het TLight assortiment hebben wij enkele explosieveilige armaturen opgenomen. Acquex LED, Strongex LED, Orex LED en de Kratex LED
Acquex Led (voorbeeld)
- Ex II 3 G Ex nA IIC T6 Gc
- II = categorie II – Bovengrondse installatie
- 3G = Categorie 3 Gas
- Ex = Explosieveilig
- nA = Beschermingswijze: non arcing, niet vonkend: alleen geschikt voor normaal niet vonkend materieel.
- IIC = Gasgroepen, ontstekingsenergie 20 uJ
- T6 = Temperatuurklasse: Maximaal toelaatbare oppervlakte temperatuur 85 °C
- Gc= EPL (Explosion Protection Level) Gering en alleen voor korte tijd <10uur per jaar <0,1% bedrijfsduur
Ex II 3 D Ex tc IIIC T85ºC Dc IP66
- II = categorie II – Bovengrondse installatie
- 3D = Categorie 3 stof (Dust)
- Ex = Explosieveilig
- t = Beschermingswijze: tight – ofwel beveiliging door behuizing
- IIIC = Geleidende <1000 Ohm vaste stoffen < 0.5mm
- T85 ºC = Maximale oppervlakte temperatuur van 85°C
- Dc = EPL (Explosion Protection Level) Gering en alleen voor korte tijd <10uur per jaar <0,1% bedrijfsduur